Bel ons:

De persoonsvorm

De persoonsvorm

Als je zin wilt ontleden, moet je allereerst de persoonsvorm weten op te sporen. Wij leggen je in dit artikel uit hoe je dat doet.

Zinsontleding kan je helpen je taalbeheersing een impuls te geven. Wij besteden aandacht aan twee vormen van zinsontleding: redekundig en taalkundig. In dit artikel staat de persoonsvorm centraal.

Wat is een persoonsvorm?

De persoonsvorm is het werkwoord dat aangeeft in welke tijd een zin staat. Het komt in persoon en getal overeen met het onderwerp. In een enkelvoudige zin komt er maximaal één voor. 1 2 3

  • Shay heeft een fantastisch idee.
  • Wij fietsen samen naar het theater.
  • Vorige week kregen we een vriend te eten.

Hoe vind je de persoonsvorm?

Met de persoonsvorm kunnen we twee tijden aanduiden: de tegenwoordige en de verleden tijd. 4 Als je een persoonsvorm op wil sporen, verander je de tijd van de zin. Een zin in de tegenwoordige tijd zet je dus in de verleden tijd en andersom. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.

  • Shay heeft een fantastisch idee.
  • Shay had een fantastisch idee.
  • Wij fietsen samen naar het theater.
  • Wij fietsten samen naar het theater.

Soms moet je ook een ander deel van de zin veranderen om er een logisch geheel van te maken.

  • Vorige week kregen we een vriend te eten.
  • Deze week krijgen we een vriend te eten.

Onthoud: je verandert de tijd alleen maar om de persoonsvorm te identificeren, niet om de inhoud kloppend te krijgen.

Toch meerdere persoonsvormen?

Zie je meerdere werkwoorden veranderen? Dan is er sprake van meerdere persoonsvormen – en heb je dus met meer dan één zin te maken. 5

  • Shay heeft een fantastisch idee, maar ze weet niet hoe ze het moet uitvoeren.
  • Shay had een fantastisch idee, maar ze wist niet hoe ze het moest uitvoeren.

We noemen dit samengestelde zinnen. Die bestaan uit minimaal één hoofdzin en eventueel een of meerdere bijzinnen.

Lastig geval: de gebiedende wijs

Er is één soort persoonsvorm die je niet kunt herkennen door de tijd te veranderen, namelijk de gebiedende wijs. Dat gebruik je bijvoorbeeld om een bevel of advies uit te drukken.

  • Blijf uit mijn buurt!
  • Ga daar toch weg!

Als je gebiedende wijs tegenkomt, kun je ervan uitgaan dat de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. Wil je het zeker weten? Zet het voornaamwoord ‘je’ op de tweede plek, zodat de zin vragend wordt, en verander dan de tijd van deze vraagzin.

  • Blijf uit mijn buurt!
  • Blijf je uit mijn buurt?
  • Bleef je uit mijn buurt?
  • Ga daar toch weg!
  • Ga je daar toch weg?
  • Ging je daar toch weg?

Lukt het jou de persoonsvorm op te sporen?

Als je een zin wilt ontleden, moet je allereerst de persoonsvorm identificeren. Daarmee leg je de basis voor de ontleding van de rest van de zin.

Bronnen

  1. Taalunie (z.d.). ‘Persoonsvorm‘. Taaladvies.net, geraadpleegd op 30 december 2023. ↩︎
  2. Onze Taal (z.d.). ‘Wat is de ‘persoonsvorm’ in een zin?‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 30 december 2023. ↩︎
  3. Algemene Nederlandse Spraakkunst (2021). ‘20.2.1.1 Algemene inleiding‘. E-ans.ivdnt.org, geraadpleegd op 30 december 2023. ↩︎
  4. We onderscheiden in het Nederlands in totaal acht tijden. In het kader van dit artikel zijn alleen de verleden en tegenwoordige tijd relevant. Beide tijden kennen een onvoltooide en voltooide variant, maar die duiden we aan met deelwoorden. Daarnaast zijn er vier varianten om de toekomst aan te duiden, zodat je tot acht tijden komt. Deze varianten zijn ook niet relevant voor dit artikel, omdat we er altijd een persoonsvorm voor gebruiken in de verleden of tegenwoordige tijd. ↩︎
  5. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 10. ↩︎

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

×