Het lijdend voorwerp

Het lijdend voorwerp is een direct object.

In sommige zinnen komt een lijdend voorwerp voor, ook wel direct object genoemd. In dit artikel leggen wij je uit hoe je dit zinsdeel herkent.

Zinsontleding kan je helpen je taalbeheersing een impuls te geven. Wij besteden aandacht aan twee vormen van zinsontleding: redekundig en taalkundig. In dit artikel staat het lijdend voorwerp centraal.

Het lijdend voorwerp of direct object

Het lijdend voorwerp ondergaat of is het resultaat van de werking of handeling van het werkwoordelijk gezegde. 1 2 3 Het komt nooit voor in een zin met een naamwoordelijk gezegde.

Een lijdend voorwerp of direct object kan een zelfstandig naamwoord zijn (fiets, waterval, Selma), een woordgroep met een zelfstandig naamwoord als kern (een lekker kopje koffie) of een persoonlijk voornaamwoord (mijjehaarhemhetonsjulliehen). 4 5

  • Ik zie de fiets.
  • Wij hoorden de waterval vanuit onze hotelkamer.
  • De hond besnuffelt Selma onderzoekend.
  • Ik heb een lekker kopje koffie gedronken.
  • Bel jij haar morgen even terug?

Sommige werkwoorden krijgen nooit een lijdend voorwerp. Je kunt bijvoorbeeld wel zeggen dat iemand slaapt, maar niet dat iemand iets slaapt. Dit zijn onovergankelijke werkwoorden. Andere werkwoorden vereisen juist een lijdend voorwerp. Dat zijn overgankelijke werkwoorden. Zo kun je wel zeggen dat iemand iets doet, maar niet dat iemand doet. Een derde groep vormen de werkwoorden die soms wel en soms niet van een direct object voorzien worden. Je kunt immers zeggen dat iemand kookt, maar ook dat iemand iets kookt.

Hoe herken je het lijdend voorwerp?

Er zijn twee beproefde methoden om het dit zinsdeel te herkennen. Ze vereisen allebei enig inzicht in de structuur van de zin. 6

Van actief naar passief

Een zin met een lijdend voorwerp is altijd actief. Je kunt het direct object vinden door de actieve zin in de passieve of lijdende vorm te zetten. Het zinsdeel dat in de oorspronkelijke zin lijdend voorwerp was, krijgt in de nieuwe zin de functie van onderwerp.

  • Actief: Saskia heeft het boek gelezen.
  • Passief: Het boek is gelezen door Saskia.
  • Actief: Laura zag Fernando op straat.
  • Passief: Fernando werd door Laura gezien op straat.

Het direct object uit de actieve zinnen (het boek en Fernando) ondergaat in beide gevallen de handeling (lezen en zien). In de passieve zin heeft dit element de functie van onderwerp, want passieve zinnen hebben altijd een onderwerp dat de handeling of werking ondergaat.

Nominalisatie

Er zijn werkwoorden die zich niet lenen voor de lijdende vorm, zoals hebben, krijgen of omvatten. Je kunt bijvoorbeeld de zin ‘Frans heeft een auto’ niet vervangen door de ongrammaticale zin ‘De auto wordt gehad door Frans’. In deze gevallen pas je nominalisatie toe: je maakt van het werkwoord een zelfstandig naamwoord. Het lijdend voorwerp in de oorspronkelijke zin verschijnt dan in een woordgroep die met ‘van’ begint.

  • Oorspronkelijk: Frans heeft een auto.
  • Nominalisatie: het hebben van een auto.
  • Oorspronkelijk: Het boek omvat de volledige Nederlandse geschiedenis.
  • Nominalisatie: het omvatten van de volledige Nederlandse geschiedenis.

Onthoud dat je deze methoden alleen maar toepast om het direct object te identificeren. Zodra dat is gelukt, zet je de zinsontleding voort met de oorspronkelijke zin.

Algemene Nederlandse Spraakkunst kopen?
De ANS is een uitgebreid wetenschappelijk naslagwerk

Herken jij het lijdend voorwerp?

Het lijdend voorwerp komt in lang niet alle zinnen voor. In sommige zinnen komen zinsdelen voor die erop lijken, maar die toch een andere functie hebben. Zolang je daar alert op bent, is het meestal goed te doen om dit zinsdeel te identificeren.

Bronnen

  1. Taalunie (z.d.). ‘Lijdend voorwerp‘. Taaladvies.net, geraadpleegd op 28 januari 2024. ↩︎
  2. Onze Taal (z.d.). ‘Wat betekent de term lijdend voorwerp en hoe herken je het in een zin?‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 28 januari 2024. ↩︎
  3. Algemene Nederlandse Spraakkunst (2021). ‘20.3.1 Inleiding‘. E-ans.ivdnt.org, geraadpleegd op 28 januari 2024. ↩︎
  4. Onze Taal (z.d.). ‘Wat betekent de term lijdend voorwerp en hoe herken je het in een zin?‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 28 januari 2024. ↩︎
  5. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 23. ↩︎
  6. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 24. ↩︎

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met ons cookie- en privacybeleid.
×