Bel ons:

Het meewerkend voorwerp

Het meewerkend voorwerp of indirect object

Soms bevatten zinnen een meewerkend voorwerp, een zinsdeel dat ook bekendstaat als indirect object. In dit artikel leggen wij je uit hoe je het herkent.

Zinsontleding kan je helpen je taalbeheersing een impuls te geven. Wij besteden aandacht aan twee vormen van zinsontleding: redekundig en taalkundig. In dit artikel staat het meewerkend voorwerp centraal.

Het meewerkend voorwerp

Het meewerkend voorwerp is degene die iets ontvangt of verneemt of van wie iets wordt afgenomen. 1 Dit zinsdeel komt regelmatig voor in zinnen die ook een lijdend voorwerp bevatten. 2 3

  • Heb je die klant gevraagd of hij de kaart wil zien?
  • Ronald geeft José een tientje.
  • De voetbalclub geeft jeugdspelers prioriteit.
  • Het koninklijk echtpaar heeft Suriname een bezoek gebracht.
  • Martien schonk Frederik een glas melk in.

Toch komt het ook zonder lijdend voorwerp voor.

  • Mijn grootmoeder gaf gul aan goede doelen.

Het is ook mogelijk een meewerkend voorwerp te combineren met een naamwoordelijk gezegde.

  • Het was mij niet duidelijk.

Hoe herken je het meewerkend voorwerp?

Een meewerkend voorwerp begint vaak met het voorzetsel ‘aan’ en soms met ‘voor’. Als die woorden niet in de zin voorkomen, kun je ze er vaak bij denken. 4 Het kan dan wel nodig zijn de woordvolgorde aan te passen.

  • Heb je aan die klant gevraagd of hij de kaart wil zien?
  • Ronald geeft een tientje aan José.
  • De voetbalclub geeft prioriteit aan jeugdspelers.
  • Het koninklijk echtpaar heeft aan Suriname een bezoek gebracht.
  • Martien schonk voor Frederik een glas melk in.

Let op: je kunt deze laatste eigenschap niet andersom formuleren, want een zinsdeel dat begint met ‘aan’ of ‘voor’ is lang niet altijd een meewerkend voorwerp. Als je de grammatica puristisch benadert, moet je de zinsdelen met ‘voor’ overigens belanghebbend voorwerp noemen, maar in de praktijk worden deze vaak ook meewerkend voorwerp genoemd. 5

Een test voor de zekerheid

Waarschijnlijk heb je aan de bovenstaande beschrijving voldoende om het meewerkend voorwerp te identificeren. Als je voor de zekerheid toch een testen wil doen, kun je het hoofdwerkwoord nominaliseren. Dat betekent dat je er een zelfstandig naamwoord van maakt. 6 Het meewerkend voorwerp verschijnt dan altijd inclusief het voorzetsel, dus ‘aan’ of ‘voor’.

  • Het vragen aan die klant
  • Het geven van een tientje aan José.
  • Het geven van prioriteit aan jeugdspelers.
  • Het brengen van een bezoek aan Suriname.
  • Het inschenken van een glas melk voor Frederik.

Zelfs als je aan de oorspronkelijke zin niet of niet makkelijk een voorzetsel kunt toevoegen (zoals in ‘het was mij niet duidelijk’), is het noodzakelijk in de genominaliseerde zin.

  • Het duidelijk zijn voor mij.

Niet altijd de ontvangende partij

Als je dit zinsdeel analyseert, kun je concluderen dat het vaak gaat om de ontvangende partij. Dat is niet altijd zo. 7 Het kan ook gaan over iemand die iets vindt of ondervindt.

  • Toen brak mij het angstzweet wel uit.
  • Die stad is mij te ver weg.
  • Het huilen stond hem nader dan het lachen.

Niet altijd iemand

Hoewel het vrijwel altijd betrekking heeft op personen, kan het soms ook om niet-levende zaken gaan.

  • Gefrustreerd gaf ik de computer een klap.

Herken jij het meewerkend voorwerp?

Het meewerkend voorwerp is niet het meest complexe zinsdeel. Als je een zin ontleedt, moet je vooral onthouden dat het bijna altijd om een persoon gaat en dat je er bijna altijd ‘aan’ of ‘voor’ bij kunt denken – als dat er niet al staat.

Bronnen

  1. Onze Taal (z.d.). ‘Wat is een meewerkend voorwerp?‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 4 februari 2024. ↩︎
  2. Algemene Nederlandse Spraakkunst (2021). ‘20.4.1 Inleiding‘. E-ans.ivdnt.org, geraadpleegd op 4 februari 2024. ↩︎
  3. Taalunie (z.d.). ‘Meewerkend voorwerp‘. Taaladvies.net, geraadpleegd op 4 februari 2024. ↩︎
  4. Onze Taal (z.d.). ‘Wat is een meewerkend voorwerp?‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 4 februari 2024. ↩︎
  5. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 28. ↩︎
  6. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 28. ↩︎
  7. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 28. ↩︎

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

×