Het voorzetselvoorwerp

Het voorzetselvoorwerp

Het voorzetselvoorwerp is een zinsdeel dat in veel zinnen voorkomt, maar niet noodzakelijk is. In dit artikel leggen we uit waar je het aan herkent.

Zinsontleding kan je helpen je taalbeheersing een impuls te geven. Wij besteden aandacht aan twee vormen van zinsontleding: redekundig en taalkundig. In dit artikel staat het voorzetselvoorwerp centraal.

Het voorzetselvoorwerp

Het voorzetselvoorwerp is een zinsdeel dat begint met een voorzetsel dat in vaste verbinding staat met een werkwoord. De functie ervan komt overeen met die van het lijdend voorwerp, want het drukt uit waar het gezegde betrekking op heeft. 1 2 3

  • De minister onthield zich van commentaar.
  • Desondanks stem ik ermee in.
  • Soms staan we toch te weinig stil bij onze bevoorrechte situatie.

Het Nederlands kent talloze vaste combinaties van werkwoorden en voorzetsels. Deze combinaties dragen een specifieke betekenis:

  • Uitgaan van: veronderstellen
  • Zich richten tot: zich tot iemand wenden
  • Voorzien in: zorgen voor

Zonder het voorzetsel hebben deze werkwoorden allemaal een andere betekenis:

  • Uitgaan: vertrekken, op stap gaan, ophouden met branden, enzovoorts.
  • Richten: mikken, in een bepaalde richting laten gaan.
  • Voorzien: van tevoren zien aankomen.

Een voorzetselvoorwerp vertoont dus altijd deze nauwe band met het werkwoord. Is die er niet? Dan is er sprake van een ander zinsdeel.

Hoe herken je het voorzetselvoorwerp?

Als je wilt bepalen of je met een voorzetselvoorwerp te maken hebt, kun je het zinsdeel toetsen aan twee criteria.

1. Het voorzetsel staat in relatie tot het gezegde

Zoals gezegd komt het voorzetselvoorwerp alleen voor in combinatie met een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde. 4 Vergelijk de onderstaande twee zinnen:

  • De ijverige studente twijfelde echter aan haar kwaliteiten.
  • De twijfel aan haar kwaliteiten zat de studente dwars.

In de eerste zin is er sprake van een voorzetselvoorwerp. Het zinsdeel aan haar kwaliteiten staat immers in directe relatie tot het gezegde (’twijfelen’). In de tweede zin maakt ‘aan haar kwaliteiten’ deel uit van het lijdend voorwerp (‘de twijfel aan haar kwaliteiten’). Daar is het dus niet direct gerelateerd aan het gezegde.

2. Het voorzetsel duidt geen plaats of tijd aan

Het voorzetsel in een voorzetselvoorwerp heeft niet de letterlijke betekenis die het als afzonderlijk voorzetsel zou hebben. 5 Bekijk de onderstaande twee zinnen:

  • Mijn verleden zit me in de weg.
  • Er zit een groot gat in de weg.

In de bovenste zin is het voorzetsel onderdeel van de uitdrukking in de weg zitten, dat ‘hinderen’ of ‘last veroorzaken’ betekent, terwijl het in de onderste zin de plaats aanduidt van het gat: dat zit immers niet naast of bij, maar in de weg.

Algemene Nederlandse Spraakkunst kopen?
De ANS is een uitgebreid wetenschappelijk naslagwerk

Herken jij het voorzetselvoorwerp?

Als je de vaste combinatie kent waar het voorzetsel deel van uitmaakt, is dit zinsdeel goed te herkennen. Is dat niet het geval? Toets zinsdelen met een voorzetsel dan aan de bovenstaande twee criteria om vast te stellen of er sprake is van een voorzetselvoorwerp.

Bronnen

  1. Onze Taal (z.d.). ‘Wat is het voorzetselvoorwerp en hoe herken je het?‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 8 februari 2024. ↩︎
  2. Algemene Nederlandse Spraakkunst (2021). ‘20.6.1 Inleiding‘. E-ans.ivdnt.org, geraadpleegd op 8 februari 2024. ↩︎
  3. Taalunie (z.d.). ‘Voorzetselvoorwerp‘. Taaladvies.net, geraadpleegd op 8 februari 2024. ↩︎
  4. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 30. ↩︎
  5. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 30. ↩︎

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met ons cookie- en privacybeleid.
×