Bel ons:

Het werkwoord

Het werkwoord

Het werkwoord is een veelzijdige woordsoort. Je gebruikt het niet alleen om grammaticaal correcte zinnen te bouwen, maar ook om allerlei nuances aan te brengen.

Zinsontleding kan je helpen je taalbeheersing een impuls te geven. Wij besteden aandacht aan twee vormen van zinsontleding: redekundig en taalkundig. In dit artikel staat het werkwoord centraal.

Het werkwoord

Een werkwoord drukt een activiteit, proces of toestand uit. 1 Kenmerkend is dat je het kunt vervoegen. 2 Het kan bijvoorbeeld als persoonsvorm in een zin voorkomen. In die functie geeft het aan in welke tijd de zin staat: de tegenwoordige of verleden tijd. 3

  • Gisteren liep ik een beetje dromerig over straat.
  • De jongens hebben de hele dag verstoppertje gespeeld.
  • Meneer en mevrouw Pamuk werken in de groentewinkel.

Hoe herken je het werkwoord?

Als je wilt weten hoe je werkwoorden herkent, moet je eerst de onderverdeling begrijpen in zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden. 4

Zelfstandig werkwoorden

Een zelfstandig werkwoord vormt op zichzelf de betekeniskern van het gezegde. Met dit soort woorden kun je een kloppende zin maken zonder dat je andere werkwoorden nodig hebt. Kijk maar eens naar de volgende drie zinnen:

  • Zij lopen over straat.
  • Zij wilden over straat lopen.
  • Zij hadden over straat willen lopen.

In alle drie de zinnen is de actie hetzelfde: lopen. Alleen in de eerste zin is het zelfstandig werkwoord ook de persoonsvorm. In beide andere zinnen neemt een ander woord die functie voor zijn rekening: wilde en hadden. Toch draait het ook in die gevallen om lopen: zonder dat woord heeft geen van deze drie zinnen betekenis. Het is dus telkens het hoofdwerkwoord van de zin.

Koppelwerkwoorden

Een koppelwerkwoord komt alleen voor in zinnen met een naamwoordelijk gezegde. Het koppelt het onderwerp aan een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord waarmee een toestand, functie, hoedanigheid of eigenschap wordt uitgedrukt.

  • Onze docent was ongeduldig.
  • De voetbalwedstrijd lijkt oersaai.
  • Mijn assistent bleek onvervangbaar.

In het Nederlands onderscheiden we negen koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen. Er zijn echter ook andere woorden die als koppelwerkwoord dienst kunnen doen, maar alleen als ze een specifieke betekenis dragen. Het gaat om gaan, komen, lopen, raken, staan, vallen en zitten.

Hulpwerkwoorden

Een hulpwerkwoord voegt in combinatie met een zelfstandig werkwoord betekenis toe aan een zin. Het geeft bijvoorbeeld informatie over de tijd, causaliteit of de modaliteit. In een zin kunnen meerdere hulpwerkwoorden voorkomen, maar ze komen nooit voor als zelfstandig werkwoord. Eén daarvan is de persoonsvorm.

  • Mijn grootmoeder heeft vorige week haar negentigste verjaardag gevierd.
  • Hij kan de dader toch niet zijn.
  • Ondanks de hitte werden de studenten drie weken lang getoetst.

In de eerste zin is heeft een hulpwerkwoord van tijd bij het hoofdwerkwoord gevierd. In de tweede zin is kan een hulpwerkwoord van modaliteit bij het zelfstandig werkwoord zijn. Tot slot is werden in de derde zin een hulpwerkwoord van het passief bij het hoofdwerkwoord getoetst.

Herken jij de werkwoorden in een zin?

Het werkwoord is een van de meest complexe woordsoorten die in een zin kunnen voorkomen. Dat komt niet alleen door de vele categorieën en vervoegingen, maar ook door het verband met de verschillende tijden waarin een zin kan staan. Bovendien is het een cruciaal element, omdat het noodzakelijk is om een grammaticaal correcte zin te bouwen.

Om een zin goed te begrijpen, is het dus verstandig allereerst te bepalen welke werkwoorden erin voorkomen. Daarmee heb je in elk geval een goed beeld van de handeling, gebeurtenis of toestand die de zin beschrijft. Vervolgens kun je aan de rest van de woorden afleiden wat de precieze betekenis is.

Bronnen

  1. Taalunie (z.d.) ‘Werkwoord‘. Taaladvies.net, geraadpleegd op 21 april 2024. ↩︎
  2. Algemene Nederlandse Spraakkunst (2021). ‘20.9.1 Inleiding‘. E-ans.ivdnt.org, geraadpleegd op 21 april 2024. ↩︎
  3. Klein, M. en Toorn, M.C. van den (2011). Praktische cursus zinsontleding. Groningen: Noordhoff Uitgevers, p. 79. ↩︎
  4. Onze Taal (z.d.). ‘Werkwoord‘. Onzetaal.nl/taalloket, geraadpleegd op 21 april 2024. ↩︎

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

×