Overtuigend schrijven: zes stijlfiguren

Zes stijlfiguren om je lezer te overtuigen

De oude Grieken begrepen het al: wil je anderen overtuigen, dan moet je de juiste retoriek inzetten. In dit artikel bespreken we zes belangrijke stijlfiguren.

Wil je jouw tekst aantrekkelijker en overtuigender maken, dan kan kennis over klassieke retorica je hierbij helpen. Speechschrijvers maken nog altijd met succes gebruik van de stijlleer die in de oudheid zijn oorsprong vindt.

Je kunt je lezer op verschillende manieren overtuigen. Een bekende techniek om je boodschap kracht bij te zetten is door een bekend persoon te citeren. Een andere manier is om een persoonlijke connectie op te bouwen met je lezer, bijvoorbeeld met behulp van storytelling. Een derde methode is door stijlfiguren in je tekst te verwerken.

Stijlfiguren als overtuigingstechniek

Er zijn verschillende redenen om stijlfiguren in te zetten. Ze kunnen je helpen iets zwaarder of juist lichter uit te drukken. Je kunt ze ook gebruiken om een grappig effect te bereiken of de lezer aan het denken te zetten. Ten slotte kun je ze inzetten om je betrouwbaarheid of deskundigheid te benadrukken of om een bepaald element van je tekst te accentueren. 1

Zes stijlfiguren om je boodschap kracht bij te zetten

In onze taal komen zoveel stijlfiguren voor dat je ze soms niet eens bewust toepast. Hieronder bespreken we er vijf.

Je lichter uitdrukken: eufemisme, understatement en litotes

Soms heb je te maken met een onderwerp dat ongemakkelijk of gevoelig is. Dan kan het helpen om iets zachter te omschrijven dan het eigenlijk is. Je kunt dan een eufemisme gebruiken. Bekende eufemismen zijn: zeggen dat iemand is heengegaan (in plaats van dood) of dat iemand te diep in het glaasje heeft gekeken (in plaats van ladderzat). Ook in het bedrijfsleven kom je ze regelmatig tegen, bijvoorbeeld als er een reorganisatie plaatsvindt (lees: er vallen veel ontslagen) of als er sprake is van uitdagende kwartaalcijfers (oftewel: de resultaten zijn bedroevend). Het is een manier van uitdrukken die we als beschaafd en beleefd ervaren, maar waarmee de daadwerkelijke betekenis een beetje verbloemd wordt. Het is dus belangrijk om te voorkomen dat je eufemismen zo verhullend dat ze de lezer in verwarring brengen.

Een andere manier om je lichter uit te drukken is een understatement te gebruiken. Waar het eufemisme vooral verzachtend werkt, is een understatement bedoeld om de betekenis te verzwakken. Zo kun je zeggen dat Poetin geen lieverdje is, dat de directeur van Shell een aardig zakcentje verdient of dat een bedrijfsborrel wat uit de hand is gelopen na een totale escalatie. Zoals je leest kun je ernstige zaken wat minder zwaar en serieus maken met een understatement. Omdat je dat vaak lichtelijk spottend doet, is het effect ervan komisch of ironisch.

Een speciale variant van het understatement is de litotes, waarbij je ontkennend onder woorden brengt wat je bedoelt. Een voorbeeld is dat de klant niet overloopt van dankbaarheid (in plaats van dat hij enorm ontevreden is) of dat iets niet direct een succes was (lees: een enorme flop).

Overdrijven: de hyperbool

Overdrijving maakt de zaak helder. Als je een punt wil maken, maar je vermoedt dat je lezer niet direct zal voelen waarom dit zo belangrijk is, kun je jezelf wat zwaarder uitdrukken. Bovendien kan een hyperbool zorgen voor afwisseling in de tekst en een humoristisch effect teweegbrengen. Je kan zeggen dat iemand het onmogelijke deed om de klus te klaren, dat iemand ontelbaar vaak te laat kwam, dat iemand een uit miljoenen is of dat iemand bedolven wordt onder complimenten. Een belangrijke kanttekening: overdrijven werkt alleen in bepaalde gevallen en vooral als je het doet met mate. Te vaak of te groot overdrijven maakt je ongeloofwaardig.

Je boodschap accentueren: de anafoor

Een anafoor houdt in dat je een zin of zinsdeel herhaalt op verschillende plaatsen in de tekst. Deze stijlfiguur wordt vaak gebruikt in langere teksten met een officiële toon. De bekendste anafoor werd gebruikt in de speech van Martin Luther King. Niet alleen luidde de titel ‘I have a dream’, maar ook bij ieder nieuw deelonderwerp kwam hij terug bij deze frase. Deze anafoor geeft de toehoorder houvast, een rode draad om te volgen. Je benadrukt er ook de kern van de boodschap mee: de droom van een wereld zonder rassenongelijkheid.

Je lezer aan het denken zetten: de retorische vraag

Anderen aan het denken zetten is vrij eenvoudig: stel je een vraag aan iemand, dan doe je automatisch een beroep op de hersenactiviteit van die persoon. Hoewel een retorische vraag geen echte vraag is – het antwoord ligt immers besloten in de vraagstelling – werkt het om je lezer actiever bij je onderwerp te betrekken. In een retorische vraag doe je een suggestie, waarvan je wil dat de lezer die automatisch overneemt. Dus: stel jij de volgende keer een retorische vraag als je de lezer aan het denken wilt zetten? Juist.

Zet jij stijlfiguren bewust in?

Er zijn nog een heleboel stijlfiguren meer die je kunt inzetten in je tekst. Hopelijk bieden deze vijf je alvast houvast om er eens mee te gaan experimenteren. Je zult zien dat het steeds makkelijker wordt om ze te gebruiken.

Bronnen

  1. z.a. (2022). Nieuw Nederlands, editie 7.0 havo/vwo. Groningen: Noordhoff Uitgevers. ↩︎

TAGS

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met ons cookie- en privacybeleid.
×