Bel ons:

Show don’t tell: breng je tekst tot leven met beelden

Show don't tell: breng je tekst tot leven met beelden

Een van de belangrijkste aspecten van teksten is de leesbaarheid. Je wilt immers een boodschap overbrengen op je lezer. Show don’t tell helpt je hierbij.

Een zakelijke tekst schrijf je om informatie te delen, argumenten te geven en een boodschap over te dragen. Je doet er dus goed aan je doelgroep helder voor ogen te krijgen: uiteindelijk bepaalt de lezer of hij je boodschap al dan niet ter harte neemt. Soms kan het helpen de informatie niet alleen verbaal, maar ook visueel over te brengen. Vooral in de vierde en voorlaatste fase van het schrijfproces, herschrijven, kan het wijs zijn te bepalen of je de kracht van beeld voldoende hebt benut.

Show don’t tell: een wijze les voor schrijvers

Volgens de schrijvers van het boek Beeldtaal heeft beeld verschillende functies. 1 Allereerst kun je met beeld recht doen aan de complexiteit van de werkelijkheid. Ook kun je er een universele boodschap mee uitdragen. Daarnaast kun je er een verhaal mee vertellen, er bewijs mee aandragen en ermee overtuigen. Verder kun je ermee prikkelen, emotioneren, kwetsen en vermaken. Bovendien maakt beeld het makkelijk om zaken te vergelijken: je ziet in één oogopslag het verschil tussen meerdere objecten.

Show don’t tell: zes tips

Als schrijver wil je zo beeldend mogelijk schrijven, zodat je de functies van beeld optimaal kunt benutten. Hieronder bespreken we zes tips om het principe van show don’t tell toe te passen op je teksten.

1. Beschrijf de context en situatie levendig

Context is essentieel om content goed te begrijpen. 2 Als je de lezer wilt beïnvloeden is het noodzakelijk om voldoende contextuele informatie te geven. Dat kun je op verschillende manieren doen, bijvoorbeeld door onbekende concepten te definiëren en achtergronden nader toe te lichten. Als je het principe van show don’t tell hanteert, beschrijf je de context zo levendig mogelijk. Schets de situatie aan de hand van een aantal zintuiglijke details: beschrijf wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt. Zo geef je de lezer het gevoel dat hij er zelf bij is.

Hoe doe je dat?

Als je iemand wilt vertellen over een koude winterdag, kun je simpelweg opschrijven dat het die dag koud was. Je kunt de kou ook suggereren: “Mijn adem vormde wolkjes in de lucht, mijn wangen gloeiden en mijn vingers tintelden.”

2. Illustreer de inhoud met concrete voorbeelden

Soms moet je abstracte concepten of ideeën overbrengen op een ander. Die worden begrijpelijker als je ze illustreert met concrete voorbeelden. Dat geeft de lezer houvast terwijl hij probeert je kennis tot zich te nemen. Let wel op dat je een voorbeeld geeft dat volledig aansluit bij de informatie die je probeert over te dragen. Als dat niet het geval is, kan de illustratie het begrip juist in de weg gaan zitten.

Hoe doe je dat?

Je kunt schrijven: “Onze klantenservice is uitstekend.” Dat is echter een nietszeggend zinnetje. Je zou het ook kunnen vervangen door een concreet voorbeeld: “Onlangs belde mevrouw Jansen ons met een probleem. Onze supportmedewerker Peter nam ruim de tijd voor haar. Hij luisterde aandachtig, stelde gerichte vragen en bood vervolgens drie mogelijke oplossingen aan. Binnen een uur was mevrouw Jansens probleem verholpen. Een dag later gaf ze ons vijf sterren.”

3. Gebruik metaforen en andere vormen van beeldspraak

De kracht van beeldspraak is dat je er een fysieke reactie mee kunt opwekken. 3 Dat is een van de redenen waarom je show don’t tell moet inzetten als je een heldere uitleg wilt geven. Dat helpt je niet alleen om abstracte, complexe situaties begrijpelijk en invoelbaar te maken, maar ook om saaie, afgezaagde formuleringen te voorkomen. Met metaforen, vergelijkingen en andere vormen van beeldspraak creëer je immers een mentaal beeld dat blijft hangen.

Hoe doe je dat?

Als je rapporteert over een project dat je hebt afgerond, kun je in het nawoord opschrijven dat je het een grote uitdaging vond. Je kunt ook proberen het gevoel over te brengen: “Soms voelde het alsof we een steile berg moesten beklimmen. Het was loodzwaar, het duurde lang en we dreigden meermaals uit te glijden. Door samen te werken en vol te houden bereikten we uiteindelijk de top. Nu kunnen we genieten van het spectaculaire uitzicht.”

4. Laat anderen aan het woord met citaten en testimonials

Soms kun je de geloofwaardigheid van je tekst stimuleren door anderen over het onderwerp aan het woord te laten. Daarmee laat je zien dat jouw boodschap breed gedragen wordt. Bovendien zorgt het voor afwisseling in je tekst.

Kies dus citaten die jouw kernboodschap kracht bijzetten. Het is wel belangrijk kritisch te zijn over wie je precies aan het woord laat. Voor testimonials zet je het liefst klanten in, voor inhoudelijke citaten gebruik je ooggetuigen of experts en voor inspirerende quotes verwijs je naar beroemdheden.

Hoe doe je dat?

Wil je een product verkopen waar je trots op bent? Dan kun je zelf vast pagina’s vullen met lovende woorden. Het wordt echter pas overtuigend als je een gebruiker aan het woord laat: “Sinds ik dit product gebruik, is mijn leven veel makkelijker geworden, aldus Karin (42). Ik kan nu in een half uur doen waar ik vroeger een hele middag mee bezig was. Ik raad het iedereen aan!” Een dergelijke testimonial is geloofwaardiger dan wanneer je de claims zelf maakt.

5. Visualiseer met infographics en diagrammen

De kern van show don’t tell is dat jet met een beeld meer kunt zeggen dan met woorden. Dat geldt zeker voor abstracte data, complexe processen of cijfermatige gegevens. Je maakt dit soort informatie een stuk begrijpelijker als je haar visualiseert.

Dat kun je doen met infographics, diagrammen, grafieken, tabellen, stroomdiagrammen, tijdlijnen, enzovoorts. Hou daarbij altijd als richtlijn aan dat de visualisatie duidelijk en eenduidig moet zijn. 4 Zo niet, dan leidt het beeld alleen maar tot verwarring.

Show don't tell hangt samen met een ander adagium: schrijven is schrappen. Hoe meer je uitlegt, des te minder krachtig de beelden overkomen.

Hoe doe je dat?

Als je collega’s wilt informeren over een nieuw stappenplan, kun je het plan stap voor stap uitschrijven. Dat is echter niet erg lezersvriendelijk. Je kunt er in plaats daarvan ook voor kiezen het proces te visualiseren in een stroomdiagram. Gebruik pictogrammen en kleuren om het geheel tot leven te brengen en geef bij elke stap een korte tekstuele toelichting. Zo begrijpt de lezer in één oogopslag hoe jullie te werk gaan.

6. Geef alleen details die bijdragen aan de boodschap

Met details kun je een tekst tot leven brengen, maar ook nodeloos ingewikkeld, stroef en langdradig maken. Het is dus zaak om selectief te zijn. De informatie die je op papier zit moet linksom of rechtsom bijdragen aan je kernboodschap. Is dat niet het geval? Schrappen. Draagt het detail wel bij? Neem dan even de tijd om het levendig te beschrijven.

Hoe doe je dat?

Als je voor de interne nieuwsbrief een stuk schrijft over jullie nieuwe kantoor, hoef je niet te vertellen hoe groot de kamers zijn of welke stoelen er zijn neergezet. Focus op sfeerbepalende details die iets zeggen over de bedrijfscultuur: “Dankzij de vintage zithoek en de plantenwand ademt ons kantoor een huiselijke sfeer die uitnodigt tot spontane ontmoetingen.”

Pas jij show don’t tell bewust toe?

Show don’t tell is een krachtig principe om je teksten levendiger, boeiender en begrijpelijker te maken. Door situaties en concepten te concretiseren, maak je ze invoelbaar voor je lezers. Ga dus eens kritisch door je eigen teksten heen en analyseer hoe je dit principe nog beter kunt toepassen. Wees creatief en experimenteer met verschillende technieken. Hoe levendiger je schrijft, des te makkelijker je de lezer geboeid houdt.

Bronnen

  1. Broek, J. van den, Koetsenruijter, W., Jong, J. de en Smit, L. (2019). Beeldtaal. Perspectieven voor makers en gebruikers. Amsterdam: Boom, p. 33-44. ↩︎
  2. Brethouwer, W., Doornberg, R., Hoogervorst, D. en Wolters, L. (2019). ‘Context in content. Een verhalend onderzoek‘. DPG Media & MarketResponse, geraadpleegd op 22 juni 2022. ↩︎
  3. Hauk, O., Johnsrude, I. & Pulvermüller, F. (2004). ‘Somatotopic representation of action words in human motor and premotor cortex’, Neuron, vol 41, p. 301-307, geraadpleegd op 26 januari 2022. ↩︎
  4. Mayer, R. E., & Moreno, R. (2003). ‘Nine Ways to Reduce Cognitive Load in Multimedia Learning.’ Educational Psychologist 38, p. 43-52. ↩︎

Zakelijk leren schrijven?

De Schrijftrainers helpt jou je schrijfvaardigheden te verbeteren. Neem contact op voor een offerte op maat.

×